De geschiedenis van het Touwtrekken
|
Wat is touwtrekken ? |
|
Het basis principe van een
touwtrekwedstrijd bestaat uit het "wegtrekken" van het team van de
tegenstander over een afstand van vier meter. Dit mag dan een simpele sport
lijken, maar om een overwinning bij het touwtrekken te behalen is veel meer
nodig dan alleen maar een "bonk" spieren.
In de eerste plaats moeten de acht
touwtrekkers van een team een volledige eenheid vormen bij het touwtrekken
om kans op enig resultaat te hebben. Dit maakt touwtrekken een TEAMsport bij
uitstek. Tijdens de wedstrijden hebben de touwtrekkers niet alleen hun
vereende krachten nodig, maar moeten, afhankelijk van de omstandigheden, ook
verschillende technieken en taktieken gebruiken om een overwinning in de
wacht te kunnen slepen.
Touwtrekken is een teamsport, die
zowel fysieke kracht en uit-houdingsvernogen vereist als tevens een grote
zelfdiscipline van de individuele touwtrekker in het belang van de
teamprestatie.
|
|
|
Voorgeschiedenis |
|
Voor velen die nu kennis maken met
het touwtrekken is dit een nieuwe sport. Het is inderdaad zo, dat
touwtrekken in Nederland helaas nog een te weinig bekende sport is. Echter
touwtrekken is geen nieuwe sport, integendeel, touwtrekken wordt al sinds
jaren beoefend. De oudste bewijzen voor de sport zijn gevonden in Aziatische landen, waar in de prehistorische tijden touwtrekwedstrijden deel waren van oude ceremonies en erediensten. In Korea bijvoorbeeld organiseerden men touwtrekwedstrijden tussen dorpen om een goede oogst te voorspellen. Later in de geschiedenis werd touwtrekken niet langer verbonden met rituele ceremonies, maar ontwikkelde het zich tot een zuivere fysieke krachtsport. Reliëfvoorstellingen op een muur in de graftombe van Mereruka in Sakkara (Egypte) tonen aan dat touwtrekken al bestond in 2500 v. Chr.
In West-Europa start de geschiedenis van het touwtrekken rond het jaar 1000, in de verhalen van de heldhaftige kampioenen uit Scandinavië en Duitsland. In de vijftiende eeuw was touwtrekken een populair tijdverdrijf tijdens toernooien op Franse kastelen en later tijdens toernooien in Groot-Brittannië.
In Nederland bestaat het touwtrekken
al zeer vele jaren. Vanaf 1900 /tot 1930 werd het al beoefend als onderdeel
van de atletiek, waarbij ook sporten als kogelstoten e.d. ingedeeld waren.
Verenigingen zoals Achilles uit Arnhem, T.H.O.R. uit Doesburg en Kunst en
Kracht uit Culemborg waren topploegen uit die tijd. Van 1900 tot 1920 is
touwtrekken als onderdeel van de atletiek zelfs een Olympische sport geweest,
de medaille winnaars in die periode waren:
| Year |
Venue |
Gold |
Silver |
Bronze |
| 1900 |
Paris |
Sweden |
USA |
France |
| 1904 |
St.Louis |
USA |
USA |
USA |
| 1908 |
London |
Great Britain |
Great Britain |
Great Britain |
| 1912 |
Stockholm |
Sweden |
Great |
Britain |
| 1920 |
Antwerp |
Great Britain |
Netherlands |
Belgium |
Nadat het touwtrekken na 1930 geen onderdeel van deze atletiekgroep meer
vormde, is het als wedstrijdsport gedurende enige tijd van het toneel
verdwenen.
Echter als spel is het steeds blijven bestaan, met name tijdens de
jaarlijkse kermissen en dergelijke evenementen werd touwtrekken nog steeds
gedaan.
Omstreeks 1950 werd het touwtrekken
in een aantal landen niet meer uitsluitend als spel gedaan, maar ging men
het touwtrekken weer als een sport bezien.
Teneinde de uniforme spelregels voor het touwtrekken te ontwikkelen, werden
in diverse landen nationale touwtrekbonden opgericht. Zo ook in Nederland,
waar in 1959 de Achterhoekse Touwtrek Bond (A.T.B.) werd opgericht (later
omgedoopt tot Nederlandse Touwtrek Bond).
Terwijl het touwtrekken zich op
nationale basis in de diverse landen ontwikkelde, ontstond er ook een
behoefte aan internationale wedstrijden. Daarom namen in 1964_yier landen,
te weten Engeland, Zweden, Denemarken en Nederland het initiatief tot het
oprichten van een internationale touwtrekkers federatie, de T.W.I.F. (Tug of
War International Federation)
In datzelfde jaar al, werd het eerste Wereld Kampioenschap gehouden in het
Zweedse Malmö, waar Engeland het eerste kampioenschap behaalde. Na deze
internationale touwtrekcontacten werd het voor de touwtrek-bond in Nederland
noodzakelijk om als nationale bond te kunnen optreden.
In 1965 sloot de Nederlandse Touwtrek Bond zich aan bij de Nederlandse Sport
Federatie.
Daarna is het touwtrekken voortdurend verder uitgebreid, zowel nationaal als
internationaal.
Bij de TWIF zijn momenteel 35 landen
aangesloten, verdeeld over de vijf continenten van de wereld. Ook in
Nederland is het touwtrekken de laatste jaren enorm uitgebreid; het
touwtrekken als wedstrijdsport wordt nu in het gehele land beoefent.
|
|
|
Klasse verdeling |
|
Er is een klasse verdeling naar
gewicht. Een team van acht personen mag niet zwaarder zijn dan het
voorgeschreven gewicht b.v.640 kg.(wel lichter) Dus tegenstanders met
gelijke gewichten strijden tegen elkaar. Dit houdt in dat teams voor aanvang
van de wedstrijden worden gewogen. Jeugdteams in de leeftijd 12 t/m 20
trekken doorgaans in de 520 kg klasse en 560 kg klasse. Damesteams trekken
meestal in de 520 kg en 560 kg klasse. Mannenteams trekken overwegend in de
640 kg klasse, 680 kg en in de 720 kg klasse. Bij recreatie toernooien werkt
men vaak niet met gewichtsklassen. |
|
|
Wie kan het ? |
|
Touwtrekkken kan door iedereen worden
gedaan, zowel door jongens als meisjes, dames en heren. Zels de kleinsten
hebben er lol aan. Men kan touwtrekken zowel recreatief als in wedstrijd
verband beoefenen. Als men in andere sporten op een bepaalde leeftijd zijn
toptijd heeft gehad en weer naar een lager niveau gaat, kan men bij het bij
het touwtrekken nog lang op een hoog niveau door blijven sporten. |
|
|
Buiten/Binnen sport ? |
Er zijn in het touwtrekken twee
disciplines.
Buiten/ Outdoor. De buitensport wordt beoefend op een grasveld, sportveld of
in een wei waarbij men vaak de z.g. soldaten kisten gebruikt. Tegenwoordig
maakt men ook veelvuldig gebruik van schaatsschoenen waar men zelf een
aparte zool onder zet om zich goed in de bodem vast te kunnen zetten en
kracht te kunnen zetten.
Binnen/ Indoor. De binnensport wordt beoefend op speciale rubber matten,
waarbij normale sportschoenen worden gebruikt. De echte indoor touwtrekkers
besteden extra energie om de juiste schoenen te vinden want men zoekt net
als in de autosport naar de juiste grip. In de Aziatische landen gebruikt
men speciaal voor het indoor gemaakte schoenen. |
|
|
De touwtrek basishouding |
 a. spanning van het touw (trekkracht
tegenstander)
b. gewicht van de trekker (zwaartekracht)
c. trekkracht van de trekker
De voeten
Beide hielen moeten goed in de grond geslagen zijn, de voeten 30 - 40 cm.
uit elkaar en de voet onder het touw 20 cm. teruggeplaatst. Er kan geen
maximale kracht worden ontwikkeld wanneer de voeten plat op de grond staan.
Indien de voeten te dicht bij elkaar staan zal geen stabiele stand worden
verkregen, waardoor het
team snel kan gaan "slingeren". Dit zijn beide fouten, die bij nieuwe
touwtrekkers veel voorkomen.
De benen
Het linkerbeen blijft gestrekt, met het doel de spanning van een eventuele
aanval van de tegenpartij op te vangen. Het rechterbeen, dat licht gebogen
is, is bedoeld om de eerste spanning te gaan leveren wanneer een aanval
wordt ingezet of de trekspanning wordt opgevoerd en tevens om de juiste
hoogte te handhaven.
Het lichaam en de handen
Het lichaam moet zo dicht mogelijk bij het touw blijven in een positie
waarbij de handen boven of achter de knieën, boven de dijbenen zijn. met de
handpalmen naar boven. Steeds proberen om de handen niet voor de knieën te
laten komen en zeker niet voor de voeten, omdat een team in deze situatie
uitermate zwak is.
|
|
|
Touwtrek techniek |
TOUWTREKPOSITIES
De basis-techniek van het touwtrekken lijkt niet anders dan twee teams die
tegenover elkaar trekken en het ene team het andere team over de lijn trekt.
Echter een team dat niet met techniek aan het touw komt zal snel tot de
ontdekking komen dat er veel meer techniek nodig is om een wedstrijd te
kunnen trekken en winnen.
Tussen de start van een trekbeurt en een overwinning liggen vele technische
fasen van het touwtrekken.
Bij de meeste teams staan de trekkers aan de linkerkant van het touw, wat
het voor de trainer eenvoudiger maakt om de ver-schillende technieken uit te
leggen en te demonstreren. Ook voor de eenheid en de balans is deze team-opstelling
gunstig, mede ook doordat de trekkers dan in de "gaten" van elkaar kunnen
stappen. Echter deze opstelling is geen absolute noodzaak, er zijn diverse
succesvolle teams waarbij enkele trekkers aan de rechterkant van het touw
staan.
Basis-positie
Dit is de uitgangspositie na de start:
Belangrijke punten voor de basis-positie:
a. hielen goed in de grond gehakt, de tenen omhoog. Voeten aan weerszijden
van het touw, 30 - 40 cm. uit elkaar. Eén been licht gebogen met de voet 15
- 25 cm. terug gestapt.
b. lichaam en benen gestrekt, met de heupen omhoog naar het touw.
c. handen dicht bij elkaar met armen gestrekt, om te voorkomen dat de arm-
en schouderspieren verkrampen (door met gebogen arm te trekken).
d. Schouders loodrecht op het touw, het eigen gewicht ophouden, d.w.z, niet
op het touw liggen.
Hoewel dit de basishouding is die elke trekker zal moeten beheersen, zal
blijken dat het veelal voor beginnende trekkers moeilijk is om in deze
positie te blijven staan.

Optimale kracht bij hoek van 120
graden in de knieholte en 100 graden in de heup.
Lopen aan het touw
Een tegenstander die goed "ingegraven" staat en de klappen opvangt, zal
evenwel toch naar voren komen als ze maar sterk genoeg onder spanning worden
gezet.
De snelheid waarmee zij naar voren komen bepaalt, hoe er gestapt moet worden,
d.w.z.:
o lopen - snel aan het touw lopen
o achteruit duwen - langzaam aan het touw stappen
o onder druk - stap voor stap aan het touw stappen
Lopen moet normaal gesproken aan de
stelling worden beoefend. Stel-lingwerk moet beginnen met redelijk lichte
gewichten, b.v. 300 - 350 kg Dit lijkt erg licht, maar het doel van dit
stadium van training is, om de techniek van " aan het touw lopen" te
perfectioneren. Deze lichte gewichten kunnen in een later stadium ook worden
gebruikt bij het oefenen van snel lopen, en kunnen ook gebruikt worden
wanneer er maar weinig trekkers aanwezig zijn op een training.
Het ideaal is een bak of pallet waarop de gewichten gemakkelijke verwisseld
kunnen worden.
Lopen
De lichaamshouding hierbij verschilt slechts weinig met de basispositie, De
hoek van het lichaam moet zo laag mogelijk zijn (afhankelijk van de balans)
en wanneer daarbij achterover gevallen zou worden, moet dit voorkomen worden
door sneller kleine stapjes te maken, niet door grotere stappen te nemen.
Belangrijke punten bij het lopen:
a. lichaam in een gestrekte lijn en licht naar het touw toegedraaid.
b. heupen omhoog gedrukt naar het touw
c. touw onder de oksel, terwijl de linker schouder hoger is dan het touw
d. op de hielen lopen met pasjes van 15-30 cm.
e. loopbewegingen vanuit de heupen.
f. elke trekker moet zich richten op het tempo van de man voor hem.
g. voorkomen dat men met de benen te hard loopt, waardoor het lichaam
voorover gebogen komt te staan. l Dit is een fout die in het begin veel zal
worden gemaakt.
Achteruit duwen
De ideale lichaamshouding voor deze techniek ligt ongeveer tussen de
"basis-" en de "onder-spanning"positie.
Aan de stelling moeten nu zwaardere gewichten worden gebruikt dan bij het
lopen.
Belangrijkste punten bij het achteruit duwen:
a. lichaam en schouder ongeveer dwars naast het touw. b. de heupen omhoog
drukken zodat in ieder geval het lichaamsgewicht niet aan het touw hangt.
De rug- en buikspieren moeten zwaar
gespannen blijven om het touw onder spanning te kunnen houden.
c. spanning opvoeren door met beide benen de hielen weg te duwen.
d. handen moeten achter de knieën blijven, d.w.z. boven de dijbenen (om te
voorkomen dat men voorover komt te zitten).
Onder druk
Belangrijkste punten voor de positie "onder druk":
a. benen en voeten als in de basispositie.
b. lichaam in de heupen en middel gebogen.
De spanning in het touw wordt opgevoerd d.m.v. gebruikmaking van dij-, buik-
en rugspieren te proberen, het touw weer naar achteren te "persen" (tot de
basispositie).
c. handen boven of achter het kniegewricht, d.w.z. niet bij de voeten.
Beide posities moeten gedemonstreerd en geoefend worden aan een "dood" touw,
b. v. een vast touw aan een boom. Zet de trekker in deze pö'sitie terwijl
dan uitleg wordt gegeven en gecontroleerd wordt op de juiste houding en waar
nodig gecorrigeerd.
Gespannen trekken
Spanning op het touw zetten, wordt in eerste instantie bereikt door zich
vanuit de gebogen positie weer in de basispositie te drukken. Wanneer het
touw dan weer doorgetrokken is en het lichaam bijna in de basispositie is,
moet met de voeten achteruit gestapt worden, zodat het lichaam weer in de
gebogen spanningspositie komt. Daarna herhaalt zich het geheel weer,
waardoor een constante spanning in het touw blijft door gebruik van rug-,
buik- en dijspieren.
Onder spanning stappen (voor de
gevorderden)
Indien een team trekt en de spanning gaat opvoeren, moet elke trekker
individueel te werk gaan, d.w.z. het behoeft niet gelijktijdig te gebeuren,
echter: niet op eigen houtje tekeer gaan. Dat betekent dat nog steeds als
team getrokken wordt, door elkaar op de hoogte te houden van wat men doet.
Het doel daarbij is om de tegenstander voortdurend onder de maximale
mogelijke spanning te houden.
Daarom verdient het bij deze techniek de voorkeur, dat de teamleden
afzonderlijk stapjes naar achteren doen en niet allen tegelijk omdat dit zou
kunnen resulteren in een spanningsverlies.
|
|
|
|
|