Uit de Krant 2009
Ga naar Pagina Vorige 1, 2, 3, ... 108, 109, 110 Volgende
|
Niet geschikt voor kantoorjochies
|
(14 december 2009 )
Door: Thijs Zonneveld
Hnnggg! Ggghhh! Krrrkkk! Rode koppen en rollende ogen. Welkom bij de oermannen.
Krentenbollen, mueslikoeken, bakken yoghurt, volkorenbroden, blokken kaas – binnen een paar minuten is alles verorberd. Dit is geen ontbijt. Dit is een veldslag. De touwtrekkers hebben honger – ze hebben vanmorgen vroeg niet gegeten omdat de weegschaal voor de wedstrijd niet te ver door mocht slaan. De kantinejuffrouw van de sporthal rent met koffiekannen heen en weer in een uiterste poging alle kopjes bij te schenken. Het zweet staat op haar voorhoofd. Een van de Friezen van Touwtrekvereniging Parregea werpt een puddingbroodje achter in zijn huig en boert zo hard dat de ramen in de sponning trillen. Iedereen lacht.
Monteurs
Binnen in de sporthal ligt het touw te wachten, in de volle lengte uitgerold over een zwarte rubberen mat. Een scheidsrechter loopt er met de handen op de rug langs. Hij inspecteert of het gekleurde tape op de juiste plek op het touw is geplakt, of de mat op de goede manier is bevestigd, of zijn fluitje werkt. ‘Alles moet tiptop in orde zijn’, zegt hij, ‘We kunnen ons geen fouten veroorloven. Er hangt te veel vanaf vandaag. Dit is D-day.’
D-day vindt plaats in Sporthal De Hokhorst in Renswoude. Vandaag worden de tickets vergeven voor het WK Indoor Touwtrekken, over een paar maanden in het Italiaanse Cesenatico. In verschillende gewichtsklassen nemen de beste ploegen van Nederland het tegen elkaar op. Al lijkt het meer op een Fries onderonsje – slechts het organiserende team Lagerweij komt niet uit het Hoge Noorden. Ankerman Maarten de Jonge (92 kilo, tattoo van ijzerdraad om zijn bovenarm) van Touwtrekvereniging It Heidenskip: ‘Het is toch een plattelandssport. Ons team bestaat uit boeren en bouwvakkers.’ Bert Göbel van Lagerweij: ‘De Randstad is zwaar ondervertegenwoordigd. Of ze nu boer, bouwvakker of monteur zijn: de meeste gasten hier werken toch wel met hun handen.’
Zwaarste klasse. Rechts de touwtrekkers van Parregea, links die van It Heidenskip – regerend wereldkampioen. Strakke koppen. Mannen met geaderde ballonnen op hun bovenarmen slaan elkaar op de schouders. De coach van It Heidenskip schreeuwt iets onverstaanbaars vanonder zijn enorme baard. Het touw wordt opgepakt. De scheidsrechter tilt zijn armen boven zijn hoofd. Kijkt of iedereen klaar is. Op het moment dat hij ‘nu!’ roept, hangen er zestien man aan een touw. Grimassen. Rode koppen. Rollende ogen. Knarsende tanden. ‘Hnnggg!’ zegt een man met een oerwoud op zijn benen. ‘Ggghhh!’ gorgelt een kerel met een stierennek. ‘Krrrkkk!’ doet het touw.
Bouwlift
Dat It Heidenskip wint is geen verrassing. De mannen uit het dorp met nog geen 500 inwoners willen koste wat kost hun wereldtitel verdedigen. Maarten de Jonge: ‘We trainen veel. Vooral met een bouwlift. Op die lift zetten we dan een partij stenen ofzo. En dan trekken we ‘m omhoog. Mooi werk.’ De concurrentie komt straks op het WK vooral uit Groot-Brittannië. De Jonge: ‘Vooral van de Schotten. Die kunnen wel een partijtje trekken, hoor. Hoop kracht, die gasten.’
Bert Göbel, straks op het WK in actie in de lichtste gewichtsklasse: ‘Het gaat niet alleen om kracht, maar ook om techniek en tactiek. Op dit niveau draait het om finesses. Hoe krijg je eenheid in je team? Begin je meteen volle bak te trekken of wacht je even af? En dan heb je nog het materiaal, da’s een eeuwige zoektocht. Vooral de schoenen. Je zoekt toch naar maximale weerstand op die rubberen mat. De Spanjaarden hebben goede schoenen, maar die doen heel geheimzinnig over waar ze vandaan komen.’ De Jonge: ‘En wat dacht je van de Taiwanezen? Die laten ze speciaal maken in een fabriek. Probleem: ze zijn niet te bestellen. En áls je er eens tegen een paar aanloopt, dan zijn het maten die ons niet passen. 43, 44 – groter dan dat heb je ze niet.’ Göbel: ‘Wat wij voor een schoenen gebruiken? Ehm, dat hou ik liever geheim. Het enige dat ik je kan vertellen is dat we vorig jaar de laatste partijen van deze Asics hebben opgekocht. Zo kunnen wij een tijdje vooruit en heeft de tegenstander ze niet.’
Kolenschoppen
‘Maar hoe belangrijk schoenen ook zijn, uiteindelijk draait het allemaal om je handen.’ Göbel toont zijn handpalmen: eelt, eelt en nog eens eelt. ‘Daar herken je een echte touwtrekker aan.’
De Jonge is het roerend met hem eens en streelt de grote gele eeltplakken op zijn kolenschoppen. ‘Zonder dat ben je nergens. Weet je meteen waarom er hier geen kantoorjochies rondlopen.’
|
|
Ga naar Pagina Vorige 1, 2, 3, ... 108, 109, 110 Volgende
|